Johan Schep vertelt ons over het fundament dat we in Exodus 12 vinden: Pesach, het enige van de zeven feesten dat in Egypte is gevierd. Elk gezin moest op de tiende dag een lam uit de kudde halen en het vijf dagen in huis houden. Vijf dagen lang werd het onderzocht, en het moest zonder enig gebrek zijn. Daarna werd het geslacht en streken de mensen het bloed aan hun deurposten.
Alles in dit hoofdstuk wijst naar de Heere Jezus, het Lam van God. Vijf dagen wandelde Hij in Jeruzalem en werd Hij beproefd, en Pilatus vond geen schuld in Hem. Zijn kostbaar bloed is de enige reiniging van onze zonden en wie daarmee bedekt is, komt niet in het oordeel (Romeinen 8:1). Hij is het Paaslam dat voor ons is geslacht.